De leerlijnen van Flanders Fencing

Het schermen is een technische sport waarbij men zeer ver kan gaan in het leren van technieken en tactieken. Omdat het onmogelijk is voldoende technieken snel onder de knie te hebben (om deel te nemen aan schermgevechten of toernooien), heeft Flanders Fencing een leerlijn uitgewerkt. Deze leerlijn leert de schermers vaardigheden aan die meteen toepasbaar zijn.

Het is opgesteld vanuit de volgende gedachten:

  • er moet zo snel mogelijk spelbeleving mogelijk zijn;
  • de leerlijn moet toelaten dat zowel competitief als recreatief ingestelde schermers meekunnen;
  • bij elke nieuwe fase moet de schermer ervaren dat er iets nieuw wordt aangeleerd;
  • elk onderdeel moet toepasbaar zijn voor de schermer;
  • schermers van alle niveaus moeten kunnen inpikken en kunnen meetrainen.

Elk lid van Flanders Fencing krijgt het eerste (gele)brassardboekje aangeboden.

In dit boekje staan: 

  • de doelstellingen: wat moet je kunnen;
  • voorbeelden van oefeningen waarin je technieken of tactieken kan toepassen;
  • aandachtspunten: waarop moet je extra letten als je traint;
  • hoe je kan bewijzen dat je het onder de knie hebt;
  • een ruimte voor raadgevingen en tips.
  • punten uit het schermreglement uitgewerkt
  • een stukje geschiedenis

Als je alles onder de knie hebt van het eerste brassardboekje, dan mag je dat laten zien op de evaluatiedag. Als je vaardigheden en kennis zijn goed bevonden mag je, als je wilt, aan het volgende boekje beginnen.

De boekjes volgen elkaar op zodat een schermer die de verschillende fasen doorloopt, steeds meer kan en zijn schermmogelijkheden ziet verbreden.

Gedurende de fasen zullen de schermers zichzelf ook beter leren kennen: ben ik een schermer op snelheid of op techniek? Maak ik gebruik van krachtige grote uitvallen of zet ik liever enkele kleine snelle stapjes? … Kan ik mijn tegenstander domineren of moet ik meedoen met zijn spel? Observeer ik mijn tegenstander goed? Kan ik zijn reacties voorspellen? Doe ik steeds dezelfde acties om te winnen of kan afwisselen? Heb ik mijn bewegingen geautomatiseerd of moet ik nog steeds nadenken om alles correct te doen?