Verloop van toernooi

De format van een toernooi kan variëren, maar in het algemeen verlopen ze in België als volgt: de schermers melden zich aan bij de inschrijving op het opgegeven uur. Daar wordt de aanwezigheid vastgesteld en het inschrijvingsgeld afgerekend.

Na de inschrijving hebben de deelnemers nog de tijd om zich om te kleden en op te warmen. Ondertussen worden alle schermers van een groep (bv. mannelijke cadetten degen) die ingeschreven zijn voor het toernooi verdeeld in groepjes, de zogenaamde ‘poules’.

De directoire technique (de organisatoren van het toernooi) delen de poules zo eerlijk mogelijk in, zodat de eerste en de laatste poule in theorie, ongeveer dezelfde moeilijkheidsgraad wat tegenstand betreft moet hebben. De poulegrootte varieert tussen vijf en zeven schermers afhankelijk van het deelnemersaantal.

Elke concurrent schermt tegen alle andere leden van zijn poule. Iedere match wordt op 5 treffers geschermd. Indien na 3 effectieve schermminuten geen van beide 5 treffers heeft gescoord, zal degene met het hoogste aantal punten de match winnen. Is de score na 3 minuten gelijk, dan zal de wedstrijd verlengd worden met 1 minuut. De schermer die de eerste treffer zet tijdens de verlenging is de winnaar.

Alvorens de minuut aanvangt zal de scheidsrechter tossen voor de prioriteit. Indien geen van beide schermers treft gedurende de minuut wint de schermer met het voordeel van de tos.

Nadat alle matchen van de poule zijn afgewerkt zal de scheidsrechter het scoreblad naar de directoire technique brengen. Daar zullen ze aan de hand van de gewonnen en verloren wedstrijden, de gezette en gekregen treffers een ranking van de poule opstellen. De resultaten van de verschillende poules worden samengebracht en er wordt een totale ranking van alle deelnemers van de groep opgesteld. Aan de hand van deze ranking wordt de tableau opgesteld.

Vanaf hier wordt er geschermd met rechtstreekse uitschakeling. Bij de tableau schermt de eerste tegen de laatste, de tweede tegen de voorlaatste, … dit is zo opgesteld om te voorkomen dat bijvoorbeeld de kanshebber van de eerste plaats de potentiële tweede in het eerste gevecht uitschakelt.

Na de eerste uitschakelingsronde volgt een tweede, een derde, … tot we aan de finale zijn gekomen en de winnaar bekend is.

Matchen voor de rechtstreekse uitschakeling worden geschermd op 15 treffers.
De schermers krijgen hiervoor telkens drie keer drie minuten met iedere keer een minuut pauze ertussen. Heeft op het einde van de schermtijd geen van beide schermers 15 punten gescoord, dan wint de schermer met het meeste punten. Is de score na 9 minuten gelijk, dan zal de wedstrijd verlengd worden met 1 minuut. De schermer die de eerste treffer zet tijdens de verlenging is de winnaar. Alvorens de minuut aanvangt zal de scheidsrechter tossen voor de prioriteit. Indien geen van beide schermers treft gedurende de minuut wint de schermer met het voordeel van de tos.